JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2025:6321Laag22/100

Omgevingsvergunning woninguitbreiding ondanks bestemmingsplanafwijking bekrachtigd

ECLI:NL:RVS:2025:6321, Raad van State, 24-12-2025, 202304411/1/R2

Raad van StateUitspraak: 24 december 2025Publicatie: 24 december 2025
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202304411/1/R2
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Vergunningen
Ruimtelijke Ordening
Omgevingsvergunning
Goede Ruimtelijke Ordening
Bestemmingsplan Afwijking
Stedenbouwkundig Advies
Woninguitbreiding

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 31 oktober 2022 heeft het college een omgevingsvergunning verleend aan [vergunninghouder] voor het uitbreiden van de woning aan de [locatie] in Etten-Leur. [vergunninghouder] wil zijn woning uitbreiden met een aanbouw aan de zijkant van zijn woning. Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan "Etten West-de Grient" en daarom heeft hij een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan nodig. Het college heeft die vergunning verleend. [appellant A en B] wonen tegenover de woning van [vergunninghouder]. Zij kunnen zich niet vinden in de verleende omgevingsvergunning, omdat het bouwplan volgens hen ten koste gaat van de groene opzet van de wijk.

Kern van de zaak

Vergunninghouder wil zijn woning uitbreiden met een zijdelingse aanbouw, waarvoor een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan nodig is. Het college verleende de vergunning. Buren ([appellanten A en B]) verzetten zich hiertegen omdat het bouwplan volgens hen de groene opzet van de wijk aantast.

Beslissing van de rechter

Het hoger beroep van appellanten is ongegrond verklaard; de uitspraak van de rechtbank blijft in stand. Doorslaggevend is dat het college voldoende heeft gemotiveerd dat het bouwplan past binnen de stedenbouwkundige uitstraling van de wijk en daarmee binnen een goede ruimtelijke ordening, ook zonder het betwiste onderdeel van het stedenbouwkundig advies over de zogenoemde standaardregels.

22van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een feitelijk beperkte zaak over een individuele woninguitbreiding waarbij de Afdeling aansluit bij eerder eigen oordeel; er worden geen nieuwe rechtsnormen gesteld en de uitkomst is casuïstisch van aard.

Belangrijkste punten

  • 1Oud recht (vóór Omgevingswet 1 januari 2024) is van toepassing op de beoordeling van dit hoger beroep.
  • 2Het college had een omgevingsvergunning verleend in afwijking van het bestemmingsplan 'Etten West-de Grient'.
  • 3De Afdeling sluit aan bij het oordeel van de voorzieningenrechter (ECLI:NL:RVS:2023:3410) en de rechtbank in de bodemprocedure.
  • 4Het stedenbouwkundig advies bevatte een onderdeel over standaardregels waarop de rechtbank eerder het besluit had vernietigd, maar dit onderdeel is niet noodzakelijk voor de onderbouwing van de vergunning.
  • 5Het college heeft ook zonder het betwiste onderdeel van het advies de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het bouwplan voldoende gemotiveerd.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan in stand kan blijven wanneer de ruimtelijke onderbouwing ook zonder een gebrekkig onderdeel van het stedenbouwkundig advies voldoende draagkrachtig is. Het is een toepassing van bestendige bestuursrechtelijke jurisprudentie over motiveringsgebreken die gedekt worden door overige onderbouwing.

Praktische impact

De buren kunnen de vergunde woninguitbreiding niet meer tegenhouden; de vergunninghouder (c.q. zijn erven) kan het bouwplan ten uitvoer leggen. Voor vergelijkbare gevallen geldt dat een partieel gebrek in een stedenbouwkundig advies niet automatisch tot vernietiging van de vergunning leidt.

Onderwerp-impact

In de omgevingsrechtpraktijk benadrukt deze uitspraak dat bij afwijking van het bestemmingsplan de algehele ruimtelijke onderbouwing bepalend is; een deelgebrek in het stedenbouwkundig advies hoeft niet fataal te zijn voor de vergunning.

Samenvatting

Deze zaak betreft een omgevingsvergunning voor de uitbreiding van een woning met een zijdelingse aanbouw in de gemeente Etten-Leur. Het bouwplan is in strijd met het geldende bestemmingsplan 'Etten West-de Grient', waardoor een afwijkingsvergunning vereist was. Het college verleende deze vergunning, maar de buren van de vergunninghouder — die tegenover de woning wonen — tekenden bezwaar en beroep aan. Zij stelden dat het bouwplan de groene opzet van de wijk onevenredig aantast. De rechtbank vernietigde het oorspronkelijke besluit wegens een gebrek in het stedenbouwkundig advies (het onderdeel over de zogenoemde standaardregels), maar liet de rechtsgevolgen in stand dan wel bekrachtigde een herstelbesluit, nu het college ook zonder dit onderdeel de ruimtelijke aanvaardbaarheid voldoende had onderbouwd. In hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzochten appellanten tevens een voorlopige voorziening, die bij uitspraak van 7 september 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:3410) werd afgewezen. De Afdeling oordeelt in de bodemprocedure dat zij zich aansluit bij het oordeel van de voorzieningenrechter en de rechtbank. Hoewel het stedenbouwkundig advies een onderdeel bevat waarop de rechtbank het eerdere besluit had vernietigd, draagt de overige motivering van het college zelfstandig de conclusie dat het bouwplan past binnen de stedenbouwkundige uitstraling van de wijk en daarmee binnen een goede ruimtelijke ordening. Het hoger beroep is ongegrond. Procedureel is van belang dat het recht van vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft, nu de zaak dateert van voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De uitspraak illustreert dat een partieel motiveringsgebrek in een stedenbouwkundig advies niet automatisch tot vernietiging van de vergunning hoeft te leiden, mits de overige onderbouwing de ruimtelijke aanvaardbaarheid zelfstandig kan dragen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 18 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:HR:2026:1289Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1289, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/02999

Hoge Raad17 jul 2026OverheidHandhaving
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1296Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1296, Hoge Raad, 17-07-2026, 23/03413

Hoge Raad17 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1288Hoog
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1288, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/01208

Hoge Raad17 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
68/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:324Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:324, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 23/1898

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026OverheidHandhaving
22/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied