Toeslagenouder verliest beroep om schuld over te nemen
ECLI:NL:RVS:2025:6318, Raad van State, 24-12-2025, 202500060/1/A2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 9 februari 2023 heeft de minister de aanvraag van [appellante] om een private schuld over te nemen afgewezen. Bij besluit van 17 juli 2023 heeft de minister het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellante] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft bij de minister een aanvraag voor overname van haar private schuld bij ABN AMRO ingediend. Daarbij gaat het om een rekening-courantkrediet ter hoogte van € 44.708,00 voor haar eenmanszaak. Op 18 januari 2023 heeft de minister [appellante] laten weten dat Sociale Banken Nederland die deze regeling uitvoert, de schuld zal afbetalen, maar dat sommige schulden niet of voor een deel worden afbetaald. Vervolgens heeft de minister op 9 februari 2023 aan [appellante] laten weten dat door een administratieve fout een onjuist besluit aan haar is verzonden. Hij heeft daarom een nieuwe beschikking genomen. Daarin heeft hij de aanvraag van [appellante] afgewezen, omdat de schuld niet opeisbaar was wegens betalingsachterstanden. Dit besluit heeft de minister in bezwaar gehandhaafd.
Kern van de zaak
Een gedupeerde van de toeslagenaffaire vroeg de minister om overname van haar rekening-courantkrediet van € 44.708 bij ABN AMRO voor haar eenmanszaak. De minister wees de aanvraag af omdat de schuld niet opeisbaar was wegens betalingsachterstanden in de vereiste periode. Appellante vocht dit besluit aan bij de rechtbank en vervolgens in hoger beroep bij de Raad van State.
Beslissing van de rechter
De uitspraak lijkt de afwijzing van de minister te bevestigen, nu de Afdeling de hogerberoepsgronden van appellante bespreekt en de rechtbank de minister reeds heeft gevolgd. De doorslaggevende reden is dat het rekening-courantkrediet niet opeisbaar is geworden wegens betalingsachterstanden in de periode 1 januari 2006 tot 1 juni 2021, zoals vereist door artikel 4.1 van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Opmerking: de uitspraak is onvolledig aangeleverd, zodat de definitieve beslissing van de Afdeling niet met zekerheid kan worden vastgesteld.
Impactscore
MiddelDe uitspraak past de Wht toe op een specifieke feitelijke situatie en heeft beperkte precedentwerking, maar is relevant voor de groep toeslagengedupeerde zelfstandigen met zakelijke kredieten die een vergelijkbaar beroep doen op schuldovername. De uitspraak is bovendien onvolledig aangeleverd, wat de beoordeling van de uiteindelijke impact bemoeilijkt.
Belangrijkste punten
- 1Overname van private schulden onder de Wht vereist dat de schuld opeisbaar was wegens betalingsachterstanden in de periode 1 januari 2006 – 1 juni 2021.
- 2Rekening-courantkredieten voor eenmanszaken vallen onder 'andere leningen' (niet-hypothecair) en worden alleen overgenomen als aan de opeisbaarheidseis is voldaan (art. 4.1 lid 4 sub b Wht).
- 3Het beroep op het vertrouwensbeginsel, mogelijk gegrond op het aanvankelijk onjuist verzonden positieve besluit, slaagt niet.
- 4Een administratieve fout bij de minister (verzenden onjuist besluit) maakt het correcte afwijzingsbesluit niet onrechtmatig.
- 5De uitleg van de Algemene Bepalingen voor het Ondernemers Krediet (ABOK) over opeisbaarheid 'te allen tijde' is niet doorslaggevend voor de toepassing van de Wht-definitie.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak verduidelijkt dat het opeisbaarheidsvereiste van artikel 4.1 Wht strikt wordt uitgelegd: contractuele opeisbaarheid 'te allen tijde' op grond van kredietvoorwaarden is onvoldoende zonder feitelijke opeising wegens betalingsachterstanden in de relevante periode. Dit beperkt de reikwijdte van de schuldovernamemogelijkheid voor zakelijke kredieten van toeslagengedupeerden.
Praktische impact
Toeslagengedupeerden met zakelijke rekening-courantkredieten die formeel te allen tijde opvraagbaar zijn maar nooit feitelijk zijn opgeeist wegens wanbetaling, komen niet in aanmerking voor schuldovername onder de hersteloperatie. Het ontvangen van een foutief positief besluit geeft geen rechtens te beschermen vertrouwen op overname van de schuld.
Onderwerp-impact
Voor gedupeerden van de toeslagenaffaire met ondernemersschulden maakt deze uitspraak duidelijk dat de hersteloperatie zakelijke kredieten slechts beperkt dekt, wat gevolgen heeft voor de financiële rehabilitatie van zelfstandigen in de doelgroep.
Samenvatting
Een gedupeerde van de toeslagenaffaire, werkzaam als zelfstandige met een eenmanszaak, vroeg de minister om overname van haar rekening-courantkrediet van € 44.708 bij ABN AMRO op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De minister wees de aanvraag af, omdat het krediet in de relevante periode (1 januari 2006 tot 1 juni 2021) niet opeisbaar was geworden wegens betalingsachterstanden, hetgeen een harde voorwaarde is voor overname van niet-hypothecaire leningen onder artikel 4.1, vierde lid, sub b, van de Wht. Opmerkelijk is dat de minister aanvankelijk per abuis een positief besluit verzond, maar dit tijdig introk en verving door een gemotiveerde afwijzing. De rechtbank volgde de minister en verwierp ook het beroep op het vertrouwensbeginsel. In hoger beroep bij de Raad van State voerde appellante aan dat de Algemene Bepalingen voor het Ondernemers Krediet (ABOK) de schuld 'te allen tijde' opeisbaar maakten, zodat aan het wettelijke vereiste was voldaan. De Afdeling lijkt dit betoog te verwerpen: de contractuele mogelijkheid tot opeising is niet gelijkgesteld aan daadwerkelijke opeisbaarheid wegens betalingsachterstanden in de zin van de Wht. Het vertrouwensbeginsel biedt evenmin soelaas, nu het aanvankelijke onjuiste besluit het gevolg was van een administratieve fout en niet van een weloverwogen toezegging. De uitspraak benadrukt dat de schuldovernamemogelijkheid voor zakelijke kredieten nauw omschreven is en dat contractuele flexibele opvraagbaarheid niet volstaat. Voor toeslagengedupeerde ondernemers is dit een significante beperking van de toegang tot financieel herstel. Kanttekening: de aangeleverde uitspraaktekst is onvolledig, waardoor de definitieve beslissing van de Afdeling slechts met voorbehoud kan worden vastgesteld.