JurispRadar
ECLI:NL:RBZWB:2026:8023Laag5/100

ECLI:NL:RBZWB:2026:8023, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20-08-2026, BRE 25/704

Rechtbank Zeeland-West-BrabantUitspraak: 20 augustus 2026Publicatie: 21 augustus 2026
Procedure:Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer:BRE 25/704

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Artikel 26a, eerste lid, Invorderingswet 1990. Kwijtschelding zakelijke belastingschulden. De rechtbank beoordeelt de juistheid van de kwijtscheldingsbeschikking. Belanghebbende is het eens met de kwijtschelding van de belastingschulden, maar stelt dat de bedragen van de naheffingsaanslagen en daardoor de belastingschulden die zijn kwijtgescholden niet tot de juiste hoogte zijn vastgesteld. Naar het oordeel van de rechtbank had belanghebbende door het instellen van bezwaar de mogelijkheid op te komen tegen de hoogte van de aanslagen. Dat belanghebbende het niet eens is met de hoogte van de naheffingsaanslagen kan belanghebbende in dit beroep niet baten. De hoogte van de naheffingsaanslagen staat vast. Beroep ongegrond.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.24075

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1431

ECLI:NL:HR:2026:1431, Hoge Raad, 11-09-2026, 23/02715

Hoge Raad11 sep 2026
~75geschat
Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1470

ECLI:NL:HR:2026:1470, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/02117

Hoge Raad11 sep 2026
~60geschat
Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:26455Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26455, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.22233

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk