JurispRadar
ECLI:NL:RBZWB:2026:7240Laag5/100

ECLI:NL:RBZWB:2026:7240, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 05-08-2026, BRE 25/4910

Rechtbank Zeeland-West-BrabantUitspraak: 5 augustus 2026Publicatie: 5 augustus 2026
Procedure:Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer:BRE 25/4910

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Aan belanghebbende is een aanslag IB/PVV opgelegd. Hierbij is een inkomen uit aanmerkelijk belang in aanmerking genomen. Belanghebbende betoogt dat de verkrijgingsprijs van de aandelen te laag is vastgesteld, omdat een step-up moet worden toegepast voor de periode tussen 1 januari 2010 en 20 september 2016. De rechtbank overweegt dat om gebruik te kunnen maken van de step-up op grond van artikel 10a.7, zesde lid van de Wet IB 2001 vereist is dat de toerekeningsstop van artikel 2.14a, zevende lid, van de Wet IB 2001 is toegepast. Partijen zijn middels een vaststellingsovereenkomst overeengekomen dat zij onderling voor deze procedure doen alsof de toerekeningsstop voor het jaar 2016 van toepassing was. De toerekeningsstop is echter niet daadwerkelijk toegepast. De rechtbank dient uit te gaan van de feitelijke situatie en is niet gebonden aan de daarvan afwijkende afspraak tussen partijen. Dit betekent dat belanghebbende niet voldoet aan de voorwaarde dat de toerekeningsstop van toepassing was. De aanslag is niet tot een te hoog bedrag opgelegd.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.24075

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1431

ECLI:NL:HR:2026:1431, Hoge Raad, 11-09-2026, 23/02715

Hoge Raad11 sep 2026
~75geschat
Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1470

ECLI:NL:HR:2026:1470, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/02117

Hoge Raad11 sep 2026
~60geschat
Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:26455Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26455, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.22233

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk