JurispRadar
ECLI:NL:RBZWB:2026:5964Laag5/100

ECLI:NL:RBZWB:2026:5964, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 03-07-2026, BRE 25/3949

Rechtbank Zeeland-West-BrabantUitspraak: 3 juli 2026Publicatie: 3 juli 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:BRE 25/3949

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Belanghebbende heeft in 2020 aan zijn zoon alle aandelen in een vennootschap geschonken. Tot het vermogen van de vennootschap behoren een aantal in Nederland gelegen onroerende zaken. Belanghebbende beroept zich op toepassing van artikel 4.17c van de Wet IB 2001 (de doorschuifregeling). Naar het oordeel van de rechtbank heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat voldaan is aan de voorwaarde dat de vennootschap een onderneming drijft als bedoeld in artikel 3.2 van de Wet IB 2001. Omdat daarom niet aan alle voorwaarden voor toepassing van de doorschuifregeling is voldaan, kan de doorschuifregeling in beginsel niet worden toegepast. Belanghebbende beroept zich voor dat geval op onderdeel 5 van de interne Praktijkhandreiking bedrijfsopvolging vastgoedexploitanten van 1 juni 2016 van de Belastingdienst. Ook dat beroep slaagt niet.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.24075

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1431

ECLI:NL:HR:2026:1431, Hoge Raad, 11-09-2026, 23/02715

Hoge Raad11 sep 2026
~75geschat
Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1470

ECLI:NL:HR:2026:1470, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/02117

Hoge Raad11 sep 2026
~60geschat
Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:26455Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26455, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.22233

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk