ECLI:NL:RBZWB:2026:3465, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30-04-2026, BRE 25/4873
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)8:55 Verzet gegrond. De rechtbank ziet in de stukken in dit geval onvoldoende om te kunnen aannemen dat belanghebbende te kennen heeft gegeven in het kader van het door hem op 21 mei 2025 gemaakte bezwaar bereikbaar te zijn langs de elektronische weg. De omstandigheid dat belanghebbende op een contactformulier voor het indienen van een bezwaarschrift zijn emailadres heeft ingevuld, volstaat hiervoor niet. De rechtbank is immers niet gebleken dat op dit formulier is vermeld dat de indiener door het invullen van zijn e-mailadres ermee akkoord gaat dat het bestuursorgaan correspondentie in de bezwaarprocedure – zoals een uitspraak op het bezwaar – naar dit e-mailadres verstuurt. De rechtbank acht het ook niet onaannemelijk dat het e-mailadres op een verplicht veld van het contactformulier moest worden ingevuld. Belanghebbende heeft onweersproken gesteld dat hij het beroepschrift heeft ingediend op de dag dat hij de uitspraak op bezwaar per post heeft ontvangen. De heffingsambtenaar heeft niet aannemelijk gemaakt
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.