ECLI:NL:RBZWB:2026:2842, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10-04-2026, 12137534 \ VV EXPL 26-29 (E)
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Kort geding: X huurt een bedrijfsruimte van gedaagde waarin zij een autoschadeherstelbedrijf exploiteerde. X is failliet verklaard. De curator heeft een kandidaat gevonden voor een doorstart, zijnde Y. In verband met de doorstart wenst Y de huur voort te zetten. Gedaagde heeft de huurovereenkomst voor de betreffende bedrijfsruimte echter opgezegd met een beroep op 39 Fw. Zij heeft de voorkeur de bedrijfsruimte te verkopen en heeft ook een geïnteresseerde koper gevonden. De curator is voornemens een indeplaatsstellingsprocedure op te starten als gedaagde niet alsnog overgaat tot het sluiten van een huurovereenkomst met Y. De curator stelt dat de opzegging op grond van artikel 39 Fw misbruik van recht oplevert, dan wel naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Gedaagde betwist dit. Volgens haar is de huurovereenkomst rechtsgeldig opgezegd. De kantonrechter toetst allereerst de aannemelijkheid van toewijzing van een vordering tot indeplaatsstelling in een eventueel te voeren bodemprocedure. De kantonrechter is voorshands van oordeel dat de toewijzing van de vordering tot indeplaatsstelling in een bodemprocedure niet aannemelijk is. De vorderingen van de curator worden daarom afgewezen en het gehuurde moet na het verstrijken van de opzegtermijn ontruimd worden.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.