ECLI:NL:RBZWB:2026:1232, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25-02-2026, 25/567, 25/568 en 25/569
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van misbruik van bevoegdheden of van schending van artikel 8:42 van de Awb. Van schending van het verschoningsrecht is evenmin sprake. De rechtbank is verder van oordeel dat tussen belanghebbende en Nederland in het jaar 2018 een duurzame band van persoonlijke aard heeft bestaan. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat sprake is geweest van winstuitdelingen aan belanghebbende die niet in de aangifte zijn vermeld. De vereiste aangifte is daarom niet gedaan zodat de bewijslast dient te worden omgekeerd en verzwaard. De aanslag IB/PVV 2018 is daarom terecht en tot een juist bedrag opgelegd. De conserverende aanslagen over de jaren 2017 en 2018 zijn ten onrechte aan belanghebbende opgelegd en dienen daarom te worden vernietigd.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.