ECLI:NL:RBROT:2026:9719Laag5/100
ECLI:NL:RBROT:2026:9719, Rechtbank Rotterdam, 21-07-2026, ROT 25/6390
Rechtbank RotterdamUitspraak: 21 juli 2026Publicatie: 7 augustus 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:ROT 25/6390
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Varia, Wml. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de boete terecht is opgelegd maar dat het beroep wel gegrond is omdat de redelijke termijn is overschreden. De rechtbank matigt de boete daarom naar € 50.500,-. Verweerder heeft aanvullende stukken opgevraagd van eiseres. Eiseres heeft hierop niet gereageerd. In het boeterapport staat dat eiseres onvoldoende bescheiden heeft overgelegd om te kunnen beoordelen wat de daadwerkelijk gewerkte uren van de werknemers zijn. Dit is een overtreding van artikel 18b, tweede lid, van de Wml.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.
Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraakRecente uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:26414Laag
ECLI:NL:RBDHA:2026:26414, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.24075
Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk
~75geschat
Bekijk ~60geschat
Bekijk ECLI:NL:RBDHA:2026:26455Laag
ECLI:NL:RBDHA:2026:26455, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.22233
Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk