ECLI:NL:RBROT:2026:4536, Rechtbank Rotterdam, 21-04-2026, ROT 24/8789
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de berekening van zijn dagloon voor de aan hem toegekende uitkering op grond van de Ziektewet (ZW). In geschil is of het loon dat eiser in het derde kwartaal van 2022 heeft ontvangen, betrekking heeft op en niet inbaar was in de binnen de referteperiode gelegen aangiftetijdvakken van het eerste en tweede kwartaal. De rechtbank komt tot het oordeel dat niet gebleken is dat eiser zijn ex-werkgever tijdens de referteperiode op niet mis te verstane wijze heeft gemaand dat loon aan hem uit te keren. Het UWV heeft daarom terecht dat bedrag niet meegenomen in de dagloonberekening. De rechtbank is verder van oordeel dat in het onderhavige geval een strikte toepassing van artikel 12d van het Dagloonbesluit voor eiser niet onevenredig bezwarend is. Het beroep is ongegrond.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.