JurispRadar
ECLI:NL:RBROT:2026:11225Laag5/100

ECLI:NL:RBROT:2026:11225, Rechtbank Rotterdam, 31-07-2026, 12311680 VV EXPL 26-424

Rechtbank RotterdamUitspraak: 31 juli 2026Publicatie: 4 september 2026
Procedure:Kort geding
Zaaknummer:12311680 VV EXPL 26-424

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Voor zover gedaagde eist dat de tenuitvoerlegging wordt geschorst totdat in hoger beroep is beslist, overweegt de voorzieningenrechter dat het enkele aanhangig zijn van het hoger beroep geen schorsende werking heeft. Voor schorsing op deze grond is vereist dat sprake is van een kennelijke of feitelijke juridische misslag in het bestreden vonnis. Dat heeft gedaagde onvoldoende concreet gesteld of onderbouwd. Bovendien zou een schorsing voor de duur van de appelprocedure, gelet op de ongewisse doorlooptijd daarvan, feitelijk neerkomen op een schorsing voor onbepaalde tijd. Dat verdraagt zich niet met het belang van eiser bij de tenuitvoerlegging van een vonnis dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. De vordering wordt in zoverre afgewezen.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.24075

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1431

ECLI:NL:HR:2026:1431, Hoge Raad, 11-09-2026, 23/02715

Hoge Raad11 sep 2026
~75geschat
Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1470

ECLI:NL:HR:2026:1470, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/02117

Hoge Raad11 sep 2026
~60geschat
Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:26455Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26455, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.22233

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk