ECLI:NL:RBROT:2026:11225, Rechtbank Rotterdam, 31-07-2026, 12311680 VV EXPL 26-424
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Voor zover gedaagde eist dat de tenuitvoerlegging wordt geschorst totdat in hoger beroep is beslist, overweegt de voorzieningenrechter dat het enkele aanhangig zijn van het hoger beroep geen schorsende werking heeft. Voor schorsing op deze grond is vereist dat sprake is van een kennelijke of feitelijke juridische misslag in het bestreden vonnis. Dat heeft gedaagde onvoldoende concreet gesteld of onderbouwd. Bovendien zou een schorsing voor de duur van de appelprocedure, gelet op de ongewisse doorlooptijd daarvan, feitelijk neerkomen op een schorsing voor onbepaalde tijd. Dat verdraagt zich niet met het belang van eiser bij de tenuitvoerlegging van een vonnis dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. De vordering wordt in zoverre afgewezen.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.