ECLI:NL:RBROT:2026:10212, Rechtbank Rotterdam, 04-08-2026, ROT 25/2700
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Wabo. Omgevingsvergunning verleend voor het splitsen van een woning in drie appartementen en het maken van twee dakterrassen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college zich op het standpunt kunnen stellen dat redelijkerwijs niet valt aan te nemen dat het bouwwerk niet overeenkomstig de bestemming wordt gebruikt. Het college heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat er met het bouwplan geen sprake is van onaanvaardbare geluidhinder. Verder is het bouwplan in overeenstemming met redelijke eisen van welstand. Anders dan het college stelt, is de rechtbank van oordeel dat in het bestemmingsplan geen planologische keuze is gemaakt over de toelaatbaarheid van het realiseren van een dakterras met het daarbij behorende gebruik van het dak als dakterras. De stelling dat het gebruik van het dakterras in overeenstemming is met de bestemming wonen deelt de rechtbank niet. Dat betekent dat de ruimtelijke impact van het gebruik van het dakterras en de daarbij behorende consequenties alsnog moeten worden beoordeeld. Het college heeft zich dan ook ten onrechte op het standpunt gesteld dat de wijziging in de aanvraag van ondergeschikte aard is, waarvoor geen nieuwe aanvraag is vereist. Naar het oordeel van de rechtbank is ook niet onderbouwd dat met het bouwplan geen sprake is van een onevenredige aantasting van cultuurhistorische waarden. Verder is in het bestreden besluit niet deugdelijk gemotiveerd of en in hoeverre wordt voldaan aan de planregels voor de aanduiding “karakteristiek”. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.