ECLI:NL:RBOBR:2026:5457, Rechtbank Oost-Brabant, 30-07-2026, 11777966 \ CV EXPL 25-3657
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)De kantonrechter laat de 18-weken-termijn buiten beschouwing. Dit betekent dat de netbeheerder de aansluiting diende te realiseren binnen een redelijke termijn, zoals bepaald in artikel 23 lid 4 Elektriciteitswet 1998 (eerste volzin). De netbeheerder heeft de aansluiting binnen een termijn van eenentwintig weken gerealiseerd. De kantonrechter is van oordeel dat een aansluittermijn van eenentwintig weken op zichzelf genomen redelijk kan zijn, behoudens bijzondere omstandigheden. Verder is de kantonrechter van oordeel dat eiseres had moeten begrijpen dat de derde partij (namens de netbeheerder) geen harde datum met haar overeenkwam, maar dat die derde partij een grove schatting dan wel een voorlopige geschatte plandatum communiceerde. De netbeheerder heeft geen fatale termijn overschreden. Ook het (gestelde) gebrek aan (actieve) communicatie vanuit de netbeheerder omtrent het moment waarop de elektriciteitsaansluiting zou worden gerealiseerd, levert geen tekortkoming in de nakoming op. De conclusie is dat de netbeheerder niet tekortgeschoten is in haar (aansluit)verplichtingen en ook anderszins niet aansprakelijk is. Er is daarom geen grondslag voor toewijzing van schadevergoeding.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.