ECLI:NL:RBOBR:2026:3497, Rechtbank Oost-Brabant, 28-05-2026, 11195743 CV EXPL 24-3494
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bpf Schoonmaak en cao Schoonmaak. Vrijwillige deelname aan Bpf Schoonmaak doet geen automatisch recht ontstaan op de cao faciliteiten die RAS biedt aan gebonden werkgevers van de cao Schoonmaak, maar de stelling van RAS dat vrijwillig aangesloten werkgevers wel premie zouden moeten betalen maar geen cao-rechten hebben is te kort door de bocht. Het beroep van werkgever op gerechtvaardigd vertrouwen is gegrond, want: (1) Werkgever is sinds jaar en dag aangesloten bij Bpf Schoonmaak, voorheen op basis van een verplichte aansluiting, waarbij wel een automatisch recht op cao-uitkeringen bestaat, en later op basis van een vrijwillige aansluiting, waarbij geen automatisch recht op cao-uitkering bestaat, maar waarbij (2) RAS al die jaren zonder onderbreking premies in rekening heeft gebracht en heeft geïncasseerd voor cao-regelingen, zonder aan werkgever mede te delen dat er geen cao-aanspraken meer waren, nu er sprake was van een vrijwillige aansluiting, en (3) RAS de werknemers van werkgever (tot twee keer toe) zelf actief heeft benaderd met de uitnodiging om deel te nemen aan de Generatiepactregeling. Hiermee heeft RAS de schijn gewekt dat werkgever en haar werknemers aanspraak hadden op- en gebruik mochten maken van alle faciliteiten als uitgevoerd door RAS, meer in het bijzonder deelname aan de Generatiepactregeling, omdat werkgever hier jarenlang zonder onderbreking premie voor heeft betaald en nog steeds betaalt.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.