ECLI:NL:RBNNE:2026:980Laag5/100
ECLI:NL:RBNNE:2026:980, Rechtbank Noord-Nederland, 26-03-2026, AWB_LEE 24/154
Rechtbank Noord-NederlandUitspraak: 26 maart 2026Publicatie: 27 maart 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:AWB_LEE 24/154
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)WOZ – De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar onvoldoende rekening heeft gehouden met het waardedrukkende effect van de structurele wateroverlast die ontstaat door de ligging van de woning (in een laagte midden in een recreatiepark). Verder volgt de rechtbank de heffingsambtenaar niet in zijn stelling dat de woning niet als sloopwaardig kan worden aangemerkt. De rechtbank is daarom van oordeel dat de heffingsambtenaar de KOUDV-factoren voor het voorzieningen- en doelmatigheidsniveau in de beroepsfase ten onrechte van factor 1 naar factor 2 heeft aangepast. Omdat eiser de door hem voorgestane waarde ook niet aannemelijk maakt, stelt de rechtbank de waarde in goede justitie vast.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.
Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraakRecente uitspraken
ECLI:NL:HR:2026:1284Laag
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht
ECLI:NL:HR:2026:1284, Hoge Raad, 17-07-2026, 25/01722
Hoge Raad17 jul 2026DienstverleningBouw
12/100Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:19655Laag
ECLI:NL:RBDHA:2026:19655, Rechtbank Den Haag, 16-07-2026, NL25.24312
Rechtbank Den Haag16 jul 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:RBMNE:2026:4414Laag
ECLI:NL:RBMNE:2026:4414, Rechtbank Midden-Nederland, 16-07-2026, UTR 25/5836
Rechtbank Midden-Nederland16 jul 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:19578Laag
ECLI:NL:RBDHA:2026:19578, Rechtbank Den Haag, 16-07-2026, NL25.56546
Rechtbank Den Haag16 jul 2026
5/100Bekijk