JurispRadar
ECLI:NL:RBNNE:2026:3439Laag5/100

ECLI:NL:RBNNE:2026:3439, Rechtbank Noord-Nederland, 11-08-2026, 11985881 BU VERZ 25-2450

Rechtbank Noord-NederlandUitspraak: 11 augustus 2026Publicatie: 12 augustus 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:11985881 BU VERZ 25-2450

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Wahv. Bij op wegdek aangebrachte haaientanden geen voorrang verlenen aan bestuurders op kruisende weg. Gemachtigde heeft zelf aangevoerd dat zij een verkeerde inschatting heeft gemaakt. Doordat gemachtigde geen voorrang verleende, creëerde zij een mogelijk gevaarlijke situatie en moest de verbalisant dusdanig remmen om een aanrijding te voorkomen. De kantonrechter begrijpt dat gemachtigde erg is geschrokken van het voorval en dat zij geen roekeloze rijder is. Maar dat betekent niet dat de verbalisant de boete niet had mogen opleggen. Het verweer dat gemachtigde niet opzettelijk heeft gehandeld, maakt dat niet anders. De vaststelling van een Muldergedraging is namelijk niet afhankelijk gesteld van opzet. Beroep ongegrond.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.24075

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1431

ECLI:NL:HR:2026:1431, Hoge Raad, 11-09-2026, 23/02715

Hoge Raad11 sep 2026
~75geschat
Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1470

ECLI:NL:HR:2026:1470, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/02117

Hoge Raad11 sep 2026
~60geschat
Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:26455Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26455, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.22233

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk