ECLI:NL:RBNNE:2026:1501, Rechtbank Noord-Nederland, 28-04-2026, LEE 24/3572
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Omzetbelasting. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de overdracht van voertuigen onderdeel is van een overgang van een algemeenheid van goederen als bedoeld in artikel 37d van de Wet OB. De rechtbank concludeert dat op grond van de vaststellingsovereenkomst geen (gedeelte van een) onderneming is verkregen. Alle feitelijke omstandigheden van de transactie moeten echter ook worden meegewogen, waarbij een denkbaar scenario is dat de (eerste) overdracht van de voertuigen op grond van de vaststellingsovereenkomst deel uitmaakt van een nauw samenhangend geheel van handelingen dat gericht is geweest op de overdracht van het bedrijf van eiseres, inclusief voertuigen, aan uiteindelijk een andere partij. Als dat scenario klopt, sluit de rechtbank niet uit dat daarmee voldaan zou kunnen zijn aan de voorwaarden van artikel 37d Wet OB. Tegelijkertijd ziet de rechtbank in het dossier onvoldoende gegevens om te kunnen oordelen dat dat scenario ook is bewezen. Meer specifiek heeft de rechtbank onvoldoende zicht gekregen op wat er met de voertuigen is gebeurd na de (eerste) overdracht van de voertuigen op grond van de vastellingsovereenkomst. Het beroep is ongegrond.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.