ECLI:NL:RBNNE:2026:1351, Rechtbank Noord-Nederland, 14-04-2026, 25/1980
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Aan eiser zijn ambtshalve aanslagen IB/PVV en Zvw opgelegd. Eiser maakt hiertegen bezwaar. Eiser stelt beroep in bij de rechtbank omdat volgens hem niet (tijdig) is beslist op zijn bezwaar. De inspecteur stelt dat hij de uitspraak op bezwaar per post en per e-mail aan eiser heeft verstuurd. De inspecteur beschikt niet over een verzendadministratie van de uitspraak op bezwaar per post. Daarom is niet aannemelijk gemaakt dat de uitspraak op bezwaar per post op de gestelde datum is verzonden en op de juiste wijze bekend is gemaakt. De rechtbank acht wel aannemelijk dat eiser de uitspraak op bezwaar per e-mail heeft ontvangen, omdat eiser zelf via hetzelfde e-mailadres heeft gecorrespondeerd met de inspecteur en er geen aanwijzingen zijn voor een verstoring in het e-mailverkeer. Omdat de rechtbank aannemelijk acht dat eiser de uitspraak op bezwaar per e-mail heeft ontvangen, lag er al een uitspraak op bezwaar toen eiser beroep instelde bij de rechtbank wegens het niet (tijdig) beslissen op zijn bezwaar. Het beroep is dus niet-ontvankelijk zover het is gericht tegen het niet-beslissen door de inspecteur op eiser zijn bezwaar. Ook voor zover het beroep is gericht tegen de uitspraak op bezwaar, is het beroep niet-ontvankelijk omdat de beroepstermijn is overschreden en geen sprake is van verschoonbaarheid van de te late indiening.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.