ECLI:NL:RBNHO:2026:8397, Rechtbank Noord-Holland, 15-07-2026, HAA 25/2663
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie betreffende de erkenning van beroepskwalificaties; Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties. De staatssecretaris hanteert een getrapt toetsingskader waarbij een migrerende beroepsbeoefenaar aan twee cumulatieve vereisten moet voldoen om toegang te krijgen tot het in Nederland gereglementeerde beroep van leraar. Er moet sprake zijn van toegang tot hetzelfde beroep. Als daarvan sprake is, wordt onderzocht of de toegang direct kan worden verleend of dat er compenserende maatregelen nodig zijn. Volgens de staatssecretaris was in dit geval geen sprake van hetzelfde gereglementeerde beroep, daarom is hij niet toegekomen aan de vervolgvraag. De rechtbank oordeelt dat uit Europese rechtspraak volgt dat beroepen niet volledig identieke werkzaamheden hoeven te omvatten om als hetzelfde beroep aangemerkt te kunnen worden. Voldoende is dat het om vergelijkbare werkzaamheden gaat. Hierbij zijn alleen wezenlijke verschillen relevant. De staatssecretaris heeft onvoldoende gemotiveerd dat de werkzaamheden van het beroep waarvoor eiseres in Duitsland gekwalificeerd is, niet vergelijkbaar zijn met de werkzaamheden van het door haar beoogde beroep in Nederland. Het had verder op de weg gelegen van de staatssecretaris gelegen om nader onderzoek te doen naar de verschillen in de opleiding en, als er sprake is van relevante maar niet wezenlijke lacunes, eiseres de mogelijkheid te bieden om een aanpassingsstage of een proeve van bekwaamheid te doen.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.