ECLI:NL:RBNHO:2026:3643, Rechtbank Noord-Holland, 26-03-2026, AWB - 24 _ 7786
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)WOZ. Belanghebbende is eigenaar van een bedrijfspand waarvan de WOZ-waarde voor het jaar 2024 is vastgesteld op € 6.417.000. Het pand is door belanghebbende gekocht van de gebruiker van het pand voor € 8.400.000 en het wordt aan de gebruiker verhuurd voor een aanvangshuur van € 550.000 per jaar. Volgens verweerder is de vastgestelde waarde, gelet op de prijs waarvoor belanghebbende het pand heeft gekocht, zeker niet te hoog. Belanghebbende stelt dat de vastgestelde waarde te hoog is en voert onder meer aan dat verweerder niet heeft gemotiveerd in welke mate de sale-and-leasebeack-constructie van invloed is geweest op de vastgestelde waarde. Naar het oordeel van de rechtbank is het standpunt van belanghebbende onjuist. Ook bij niet-woningen kan worden aangenomen dat de aankoopprijs de waarde in economische verkeer (WEV) is. Is dat niet het geval, dan dient de partij die zich daar op beroep aannemelijk te maken waarom en in welke mate de aankoopprijs afwijkt van de WEV. Het lag daarom op de weg van belanghebbende om aannemelijk te maken dat en in hoeverre de aankoopprijs afweek van de WEV. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende daarin niet is geslaagd. Gelet op de aankoopprijs acht de rechtbank de vastgestelde waarde niet te hoog. Beroep ongegrond.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.