ECLI:NL:RBNHO:2026:11955, Rechtbank Noord-Holland, 03-09-2026, HAA 25/1529
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Deze uitspraak gaat over twee besluiten waarbij de minister boetes heeft opgelegd aan eiseres wegens overtredingen van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag en de Wet arbeid vreemdelingen. Volgens de minister heeft eiseres sinds 2019 zeven vreemdelingen in dienst gehad die feitelijk reguliere arbeid hebben verricht terwijl zij beschikten over een tewerkstellingsvergunning voor het lopen van een stage. Dit is volgens de minister in strijd met de Wet arbeid vreemdelingen. Verder is de minister van mening dat de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag is overtreden omdat de vreemdelingen, nu zij reguliere arbeid hebben verricht, recht hadden op minimumloon in plaats van een stagevergoeding. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister op grond van de beschikbare informatie in redelijkheid tot de conclusie heeft kunnen komen dat de feitelijke werkzaamheden van de vreemdelingen zijn aan te merken als reguliere arbeid. De rechtbank acht hierbij van belang dat de vreemdelingen en hun stagebegeleider hebben verklaard dat zij feitelijk dezelfde werkzaamheden hebben verricht als de overige werknemers en niet anders werden behandeld of begeleid. Verder acht de rechtbank van belang dat eiseres zich wel op het standpunt heeft gesteld dat het leeraspect voorop heeft gestaan maar hiervan geen onderbouwing heeft gegeven. De conclusie van de minister dat sprake is van reguliere arbeid is hiermee door eiseres onvoldoende weerlegd. De rechtbank ziet wel aanleiding om de boetes te matigen omdat de redelijke termijn is overschreden.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.