JurispRadar
ECLI:NL:RBMNE:2026:5036Laag5/100

ECLI:NL:RBMNE:2026:5036, Rechtbank Midden-Nederland, 22-07-2026, UTR 24/4926

Rechtbank Midden-NederlandUitspraak: 22 juli 2026Publicatie: 31 juli 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:UTR 24/4926

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

De rechtbank is van oordeel dat de gang van zaken waarbij eiser, in een veel later stadium van de procedure, geheel nieuwe beroepsgronden (over de WOZ-waarde van de woning) heeft aangevoerd, in strijd is met de goede procesorde. Tijdens de bezwaarfase heeft onderling overleg plaatsgevonden tussen partijen en dit heeft ertoe geleid dat in de uitspraak op bezwaar de WOZ-waarde van de woning is verlaagd. In het beroepschrift voert eiser aan dat het enige geschilpunt de proceskostenvergoeding is. Daarmee heeft eiser het geschil expliciet beperkt. Als eiser dan maanden later ook de WOZ-waarde in het geschil wil betrekken, is dat in strijd met de goede procesorde. De rechtbank laat deze beroepsgronden daarom buiten beschouwing. Hieruit volgt dat het geschil zich beperkt tot het verzoek om een vergoeding van de proceskosten. Eiser heeft dit verzoek echter ingetrokken. Daarmee is het procesbelang komen te vervallen. De rechtbank verklaart het beroep dan ook niet-ontvankelijk.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.24075

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1431

ECLI:NL:HR:2026:1431, Hoge Raad, 11-09-2026, 23/02715

Hoge Raad11 sep 2026
~75geschat
Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1470

ECLI:NL:HR:2026:1470, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/02117

Hoge Raad11 sep 2026
~60geschat
Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:26455Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26455, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.22233

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk