ECLI:NL:RBMNE:2026:4226Laag14/100
ECLI:NL:RBMNE:2026:4226, Rechtbank Midden-Nederland, 10-07-2026, UTR 26/3429
Rechtbank Midden-NederlandUitspraak: 10 juli 2026Publicatie: 13 juli 2026
Zaaknummer:UTR 26/3429
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Omgevingswet. Tijdelijke omgevingsvergunning wateractiviteit. Verzoek om voorlopige voorziening hangende bezwaar. De omgevingsvergunning is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet evident onrechtmatig. De voorzieningenrechter weegt de wens van verzoekster om haar perceel zo nat als mogelijk te houden en zo het proces van inklinking zo traag mogelijk te laten verlopen minder zwaar dan de belangen van vergunninghouder en het HDSR bij de tijdelijke omgevingsvergunning waarmee wateroverlast op het perceel van vergunninghouder wordt voorkomen.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.
Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraakRecente uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:26414Laag
ECLI:NL:RBDHA:2026:26414, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.24075
Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk
~75geschat
Bekijk ~60geschat
Bekijk ECLI:NL:RBDHA:2026:26455Laag
ECLI:NL:RBDHA:2026:26455, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.22233
Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk