JurispRadar
ECLI:NL:RBMNE:2026:4003Laag5/100

ECLI:NL:RBMNE:2026:4003, Rechtbank Midden-Nederland, 26-06-2026, UTR 23/5374, 24/6212

Rechtbank Midden-NederlandUitspraak: 26 juni 2026Publicatie: 6 juli 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:UTR 23/5374, 24/6212

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Woz, vliegtuighangar. Refs geschikt voor vergelijking, bij de verkoopcijfers van deze referenties is rekening gehouden met eventuele waardedrukkende effecten van de toegang via het toegangshek. De rechtbank stelt vast dat eiser zelf tijdens de zitting heeft aangegeven dat niets erop wijst dat sprake is van serieuze constructieve problemen. Naar het oordeel van de rechtbank hoefde de heffingsambtenaar bij het baststellen van de WOZ-waarde daarom geen rekening te houden de gestelde scheurvorming. De heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde van de hangar over belastingjaar 2023 en 2024 niet te hoog is vastgesteld, zijn de beroepen ongegrond. Al het overige dat eiser heeft aangevoerd, heeft geen betrekking op de waarde van de objecten en bespreekt de rechtbank daarom niet. Eiser krijgt dus geen gelijk en krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:21149Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:21149, Rechtbank Den Haag, 29-07-2026, NL26.24787

Rechtbank Den Haag29 jul 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4410Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4410, Raad van State, 29-07-2026, 202501680/1/A2

Raad van State29 jul 2026OverheidHandhaving
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4442

ECLI:NL:RVS:2026:4442, Raad van State, 29-07-2026, 202501268/1/R1

Raad van State29 jul 2026
~55geschat
Bekijk