ECLI:NL:RBMNE:2026:1976, Rechtbank Midden-Nederland, 24-04-2026, UTR 22/5376
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Beroep tegen de afwijzing van eisers aanvraag om een WIA-uitkering. Volgens het Uwv moet eiser 4% arbeidsongeschikt worden beschouwd, zodat hij niet aan de voorwaarden voor een WIA-uitkering voldoet. Eiser is het hier niet mee eens. De rechtbank heeft een onafhankelijke verzekerinsgarts als deskundige ingeschakeld voor nader onderzoek naar de beperkingen van eiser per 13 december 2021. Omdat de bevindingen van deze verzekeringsarts de rechtbank echter niet overtuigend voorkomen, heeft zij een andere onafhankelijke verzekeringsarts als deskundige aangewezen. De rechtbank volgt de tweede deskundige wél in haar beoordeling. Het Uwv heeft de grondslag van het bestreden besluit in beroep dienovereenkomstig gewijzigd. Ook na de herbeoordeling in beroep moet eiser echter nog steeds voor 4% arbeidsongeschik worden beschouwd. De beroepsgronden die eiser hiertegen heeft ingediend slagen niet. Omdat het bestreden besluit in beroep gewijzigd is, verklaart de rechtbank het beroep van eiser gegrond en krijgt hij een vergoeding van zijn proceskosten. Materieel krijgt eiser echter geen gelijk in de zaak: het Uwv heeft zijn aanvraag om een WIA-uitkering naar het oordeel van de rechtbank terecht afgewezen.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.