JurispRadar
ECLI:NL:RBMNE:2026:1934

ECLI:NL:RBMNE:2026:1934, Rechtbank Midden-Nederland, 13-02-2026, UTR 24/6875 t/m UTR 24/6877

Rechtbank Midden-NederlandUitspraak: 13 februari 2026Publicatie: 28 april 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:UTR 24/6875 t/m UTR 24/6877

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waardes van de onroerende zaken niet te hoog zijn vastgesteld. Nu eiser geen concrete beroepsgronden heeft ingediend, heeft de rechtbank geen aanknopingspunten om te twijfelen aan de juistheid van de door de heffingsambtenaar vastgestelde waardes. Het beroep is kennelijk ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen. De heffingsambtenaar hoeft daarom het door eiser betaalde griffierecht niet te vergoeden. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding om de heffingsambtenaar in de proceskosten van eiser te veroordelen.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:19120

ECLI:NL:RBDHA:2026:19120, Rechtbank Den Haag, 10-07-2026, NL26.36013

Rechtbank Den Haag10 jul 2026
~13geschat
Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1245Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1245, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/00155

Hoge Raad10 jul 2026OverheidHandhaving
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1243Hoog
Belastingrecht
Mensenrechten

ECLI:NL:HR:2026:1243, Hoge Raad, 10-07-2026, 24/03381

Hoge Raad10 jul 2026VastgoedVergunningen
58/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1242Laag
Belastingrecht
Materieel strafrecht

ECLI:NL:HR:2026:1242, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/01717

Hoge Raad10 jul 2026HandhavingSchadevergoeding
28/100Bekijk