ECLI:NL:RBLIM:2026:7034, Rechtbank Limburg, 15-07-2026, ROE 26/1527
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Het college heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter aannemelijk gemaakt dat verzoekster in de te beoordelen periode niet haar hoofdverblijf had op het inschrijfadres. Er is door het college uitvoerig onderzoek verricht naar de woon- en leefsituatie van verzoekster. In totaal is er 17 keer geprobeerd om een huisbezoek te doen door de Sociale Recherche en 8 keer door de Woningcorporatie. Het feit dat verzoekster op uiteenlopende tijdstippen in de ochtend, middag en avond, steeds niet in of bij de woning is aangetroffen heeft verzoekster naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet kunnen verklaren. Ook de bevindingen tijdens de waarnemingen vormen naar het oordeel van de voorzieningenrechter een relevante aanwijzing dat verzoekster in de onderzoeksperiode niet haar hoofdverblijf had op het inschrijfadres. Nu de waarnemingen voldeden aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit, waardoor de gemaakte inbreuk op het recht op privacy van verzoekster gerechtvaardigd was, bestaat geen aanleiding de bevindingen van de waarnemingen buiten beschouwing te laten bij de beoordeling. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter houdt het bestreden besluit van het college stand.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.