JurispRadar
ECLI:NL:RBLIM:2026:6672Laag18/100

ECLI:NL:RBLIM:2026:6672, Rechtbank Limburg, 08-07-2026, ROE 23/1590

Rechtbank LimburgUitspraak: 8 juli 2026Publicatie: 8 juli 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:ROE 23/1590

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Beroep tegen een omgevingsvergunning voor het realiseren van een appartementencomplex op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a en c, van de Wabo. Verweerder is hiervoor twee keer binnenplans afgeweken van het bestemmingsplan namelijk in verband met de bouwhoogte (bestemming wonen) en bouwen (ter plaatse van de vrijewaringszone-molenbiotoop). Volgens de rechtbank handelen eisers in strijd met de goede procesorde door twee weken voor de zitting nog een (technisch) rapport in te dienen. Van de door eisers gestelde schijn van vooringenomenheid / belangenverstrengeling door verweerder is volgens de rechtbank geen sprake. Voor het afwijken van de bouwhoogte volgt de rechtbank verweerder dat de warmtepompunits op het dak van het bouwplan ondergeschikte bouwonderdelen zijn en dus bij de berekening van de bouwhoogte terecht buiten beschouwing zijn gelaten. De rechtbank volgt eisers dus niet in hun beroepsgrond dat hier de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (uov) van toepassing is. De uov is ook niet aan de orde volgens de rechtbank ten aanzien van het afwijken van het bestemmingsplan in verband met de molenbiotoop. Verweerder heeft daarbij de juiste formule in het bestemmingsplan toegepast en heeft zich daarbij mogen baseren op een deskundigenrapport (windvangonderzoek / referentiesituatie). Van strijd met de goede ruimtelijke ordening is geen sprake en van onevenredige aantasting van de windvang van de molen van eisers ook niet. De beroepsgrond over het niet verlenen van een aanlegvergunning (inrichtingsplan) slaagt niet. Dat is wel het geval voor de beroepsgrond over het niet vergoeden van de proceskosten in bezwaar omdat het primaire besluit herroepen had moeten worden. Daarom is het beroep gegrond en volgt er een vergoeding van proceskosten / griffierecht. Het verzoek om schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn wijst de rechtbank toe.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.24075

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1431

ECLI:NL:HR:2026:1431, Hoge Raad, 11-09-2026, 23/02715

Hoge Raad11 sep 2026
~75geschat
Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1470

ECLI:NL:HR:2026:1470, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/02117

Hoge Raad11 sep 2026
~60geschat
Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:26455Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26455, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.22233

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk