ECLI:NL:RBGEL:2026:5272, Rechtbank Gelderland, 06-07-2026, AWB - 26_643
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Intrekking recht op bijstand. Tussen partijen is niet in geschil dat het toegestane aantal verblijfsdagen in het buitenland was overschreden en dat eiseres daardoor op grond van de Participatiewet geen recht meer had op bijstand. De rechtbank oordeelt dat geen sprake was van zeer dringende redenen om toch bijstand te verlenen. Van een acute noodsituatie die uitsluitend met bijstandsverlening kon worden opgelost, is niet gebleken. Daarbij weegt mee dat eiseres zelf had gekozen voor behandeling van haar zoon in Turkije. Niet is gebleken dat de behandeling in Nederland niet mogelijk was. Dat tijdens het verblijf in Turkije zowel de vaste lasten in Nederland doorliepen als extra behandelkosten werden gemaakt is onvoldoende om een acute financiële noodsituatie aan te nemen. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij door de intrekking van de bijstand in financiële nood is geraakt. Alleen een gebrek aan financiële middelen is volgens de vaste rechtspraak onvoldoende om zeer dringende redenen aan te nemen.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.