ECLI:NL:RBGEL:2026:5264, Rechtbank Gelderland, 06-07-2026, 24/7069 - 24/9054 - 25/2300
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Deze uitspraak gaat over drie besluiten waar eiseres het niet mee eens is. Het eerste besluit is de afwijzing van het verzoek van eiseres om de natuurvergunning die op 19 november 2012 aan de veehouderij is verleend in te trekken (24/7069). Het tweede is het besluit om aan de veehouderij een nieuwe natuurvergunning te verlenen (24/9054). De derde is de weigering om handhavend op te treden tegen de veehouderij (25/2300). De veehouderij in kwestie ligt op ongeveer 140 meter van het natura-2000 gebied “Veluwe” en heeft daarop een stikstofdepositie van 908 mol/ha/jaar. De rechtbank oordeelt dat het relativiteitsvereiste niet aan inhoudelijke behandeling in de weg staat vanwege de korte afstand van ongeveer 70 / 80 meter van het woonperceel c.q. de woning van eiseres tot de Veluwe. De rechtbank oordeelt dat het intrekkingsbesluit voor wat betreft de intrekkingsgrond uit artikel 8.103, eerste lid, Bkl (passende maatregel) een motiveringsgebrek kent. Het beroep is daarom op dit punt gegrond. De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen de natuurvergunning gegrond is omdat deze niet voldoet aan het kader uit de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 december 2024. De rechtbank oordeelt in de handhavingszaak dat de mestdrooginstallatie niet valt onder de overgangsregeling zoals de Afdeling die in de uitspraak van 18 december 2024 heeft opgenomen. Het beroep is daarom op dit punt gegrond.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.