Beroep tegen verlaagde bijtellingskorting elektrische auto ongegrond
ECLI:NL:RBGEL:2026:3457, Rechtbank Gelderland, 01-05-2026, AWB24_8010
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)De verlaging van de bijtellingskorting voor het privégebruik van een nulemissieauto per 1 januari 2020 vormt geen ongeoorloofde inbreuk op artikel 1 van het EP bij het EVRM. Evenmin is sprake van schending van het vertrouwensbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel of het discriminatieverbod (artikel 14 EVRM). Beroep ongegrond.
Kern van de zaak
Een belastingplichtige bestelde in januari 2019 een nulemissieauto met de verwachting een bijtellingskorting van 18% te ontvangen. Door wetswijziging per 2020 werd de korting verlaagd naar 14% (maximaal € 6.300 in plaats van € 9.000). Belanghebbende stelde dat dit een schending oplevert van het eigendomsrecht (artikel 1 EP EVRM) en spande een beroepsprocedure aan tegen de aanslag IB/PVV 2020.
Beslissing van de rechter
De Rechtbank Gelderland verklaart het beroep ongegrond. De doorslaggevende reden is dat de verlaging van de bijtellingskorting geen schending oplevert van artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM, ondanks de door belanghebbende gestelde gerechtvaardigde verwachtingen op basis van eerdere overheidscommunicatie.
Impactscore
LaagHet betreft een individuele belastingzaak op het niveau van de rechtbank zonder nieuwe rechtsvragen; de uitkomst is in lijn met bestaande jurisprudentie over eigendomsrechtbescherming bij fiscale wetswijzigingen en heeft beperkte precedentwerking.
Belangrijkste punten
- 1Artikel 13bis Wet LB 2020 verlaagde de bijtellingskorting voor nulemissieauto's van 18% naar 14%, met een maximum van € 6.300 (was € 9.000).
- 2Het vijfjarige overgangsregime (artikel 13bis lid 18 Wet LB) beschermt alleen het eenmaal vastgestelde bijtellingspercentage na eerste tenaamstelling.
- 3Belanghebbende beriep zich op gewekt vertrouwen via Autobrief II (2015) en de Evaluatie Wet uitwerking Autobrief II (2018).
- 4De rechtbank oordeelt dat de overheidsmededelingen geen rechtens afdwingbare aanspraak op het hogere kortingspercentage creëren.
- 5Belanghebbende krijgt het griffierecht niet terug en ontvangt geen proceskostenvergoeding.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat overheidsbeleidsdocumenten zoals Autobrieven geen juridisch afdwingbaar vertrouwen scheppen dat toekomstige wetswijzigingen in de bijtellingskorting uitsluit. Artikel 1 EP EVRM biedt geen bescherming tegen fiscale beleidswijzigingen die tijdig zijn aangekondigd en via een overgangsregime zijn ingevoerd.
Praktische impact
Belastingplichtigen die vóór de wetswijziging van 2020 een elektrische auto bestelden op basis van de destijds gecommuniceerde kortingspercentages, kunnen de lagere bijtellingskorting niet succesvol aanvechten op grond van gewekt vertrouwen of eigendomsrechtschending.
Onderwerp-impact
Voor de markt van elektrische voertuigen en het fiscale stimuleringsbeleid rond nulemissieauto's verduidelijkt deze uitspraak dat overgangsregelingen in de Wet LB de juridische grens vormen van de bescherming voor reeds bestelde auto's.
Samenvatting
In deze belastingzaak bij Rechtbank Gelderland stond de vraag centraal of de verlaging van de bijtellingskorting voor nulemissieauto's van 18% naar 14% per 2020 een schending oplevert van artikel 1 van het Eerste Protocol (EP) bij het EVRM. Belanghebbende had op 28 januari 2019 een elektrische auto besteld, in de veronderstelling dat hij gedurende vijf jaar zou profiteren van een korting van 18% op de fiscale bijtelling, wat maximaal € 9.000 per jaar zou betekenen. Door de wetswijziging die per 1 januari 2020 van kracht werd, daalde de korting naar 14% met een maximum van € 6.300 per jaar, resulterend in een nadeel van € 6.300 in het belastingjaar 2020. Belanghebbende baseerde zijn verwachtingen op publieke overheidscommunicatie, met name Autobrief II uit 2015 en de Evaluatie Wet uitwerking Autobrief II uit 2018, en stelde dat de snelle invoering van de verlaging hem de keuzemogelijkheid had ontnomen om voor een ander voertuig te kiezen. De rechtbank beoordeelde de aanslag IB/PVV 2020 en het beroep op artikel 1 EP EVRM. Zij oordeelde dat de beleidsmededelingen van de rijksoverheid geen rechtens afdwingbare aanspraak op het hogere kortingspercentage creëren. Het wettelijke overgangsregime van artikel 13bis lid 18 Wet LB beschermt weliswaar het eenmaal vastgestelde bijtellingspercentage na eerste tenaamstelling voor vijf jaar, maar biedt geen garantie voor de hoogte van de korting ten tijde van bestelling. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, kent geen proceskostenvergoeding toe en geeft het griffierecht niet terug. De uitspraak sluit aan bij bestaande rechtspraak over de grenzen van eigendomsrechtbescherming bij fiscale beleidswijzigingen.