ECLI:NL:RBGEL:2026:3428, Rechtbank Gelderland, 30-04-2026, 12133211 \ VV EXPL 26-21
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Kort geding. Beoordeeld moet worden of [naam stichting] gehouden is de verplichtingen uit hoofde van de arbeidsovereenkomst van [eiseres] na te komen. Daarvoor dient te worden vastgesteld of en, zo ja, per wanneer er een overgang van onderneming heeft plaatsgevonden. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter is sprake geweest van een overgang van onderneming per 1 maart 2026, als gevolg waarvan [eiseres] van rechtswege bij [stichting] in dienst is getreden. [stichting] is per die datum dan ook gehouden tot betaling van het loon met emolumenten (conform CAO GGZ), naleving van de re-integratieverplichtingen en toelating van [eiseres], na hersteldverklaring, tot de bedongen arbeid. Ook de wettelijke rente en de gevraagde veroordeling tot het verstrekken van bruto/netto-specificaties zijn toewijsbaar. De gevorderde wettelijke verhoging en buitengerechtelijke incassokosten worden slechts gedeeltelijk toegewezen. De gevorderde dwangsommen worden afgewezen, evenals de gevorderde betaling van al het overige dat [stichting] uit hoofde van de arbeidsovereenkomst, wet, CAO GGZ of andere regeling aan [eiseres] verschuldigd is. Voor een veroordeling in de daadwerkelijke proceskosten ziet de kantonrechter geen aanleiding. Wel zal [stichting] als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.