JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:9429

ECLI:NL:RBDHA:2026:9429, Rechtbank Den Haag, 20-04-2026, NL22.10458

Rechtbank Den HaagUitspraak: 20 april 2026Publicatie: 20 april 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:NL22.10458

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Einduitspraak na arrest Multan van 29 januari 2026 / artikelen 23, eerste lid, en 46 eerste lid, van richtlijn 2013/32, artikel 5 van richtlijn 2008/115 / artikelen 4, 19, tweede lid, 47 van het Handvest / 8:29 Awb. De rechtbank heeft na het arrest Multan op 12 maart 2026 een tussenuitspraak gedaan. De rechtbank heeft in die uitspraak bepaald dat verweerder -zelf- kennis moet nemen van de onderliggende stukken van het individueel ambtsbericht en van de stukken die zien op de wijze waarop Buitenlandse Zaken in Pakistan het onderzoek heeft verricht. De rechtbank heeft tevens bepaald dat eiser door tussenkomst van een ‘special advocate’ kennis moet kunnen nemen van al deze stukken. Verweerder heeft medegedeeld dat hij niet zal voldoen aan de tussenuitspraak, zodat de rechtbank nu een einduitspraak doet. Omdat verweerder niet van de gehele inhoud van het dossier kennis heeft genomen, is de beschermingsbehoefte reeds hierdoor niet grondig genoeg onderzocht en is (het handhaven van) het besluit onzorgvuldig voorbereid en ontoereikend gemotiveerd. De rechtbank heeft in de verwijzingsuitspraak gedetailleerd beschreven wat de voor de onderhavige procedure relevante passages van de “Vakbijlage REK-check” zijn en heeft een deel van de inhoud van de “Werkinstructie Ambtsberichten van Buitenlandse Zaken” van juli 2023 weergegeven. Anders dan verweerder veronderstelt, blijkt uit de stukken niet dat overeenkomstig de Vakbijlage en de werkinstructie is gehandeld en blijkt evenmin dat is voldaan aan de REK-check-criteria. De rechtbank stelt na kennisname van de onderliggende stukken van het individueel ambtsbericht en van de stukken die zien op de wijze waarop Buitenlandse Zaken in Pakistan het onderzoek heeft verricht vast dat de inhoud van het individuele ambtsbericht niet voldoende wordt gedragen door deze stukken, dat niet inzichtelijk is hoe tot de (diverse deel)conclusies is gekomen, dat de vragen van de aanvrager onvoldoende worden beantwoord en dat de methode van onderzoek onvoldoende zorgvuldig en niet volledig is geweest. Dit betekent dat verweerder het individueel ambtsbericht niet ten grondslag kan leggen aan de afwijzing van de opvolgende aanvraag van eiser. De rechtbank overweegt voorts dat gelet op de wijze waarop het onderzoek in Pakistan heeft plaatsgevonden en zoals dit uit het onderzoeksverslag blijkt, niet kan worden uitgesloten dat het onderzoek op zichzelf, een risico voor eiser bij terugkeer tot gevolg heeft. De rechtbank kan dit thans onvoldoende grondig onderzoeken en kan thans ook niet beoordelen of eiser reeds vanwege deze wijze van onderzoek in aanmerking moet worden gebracht voor internationale bescherming. De rechtbank hecht daarbij nadrukkelijk betekenis aan de omstandigheid dat eiser zijn verdedigingsrechten niet volledig in overeenstemming met het Unierecht heeft kunnen uitoefenen. De beroepsgrond van eiser dat verweerder zijn opvolgende aanvraag niet in overeenstemming met het Unierecht heeft beoordeeld slaagt ook. De rechtbank acht het niet opportuun om nu de andere beroepsgronden te beoordelen. Beroep gegrond & PKV.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:19120

ECLI:NL:RBDHA:2026:19120, Rechtbank Den Haag, 10-07-2026, NL26.36013

Rechtbank Den Haag10 jul 2026
~13geschat
Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1245Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1245, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/00155

Hoge Raad10 jul 2026OverheidHandhaving
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1243Hoog
Belastingrecht
Mensenrechten

ECLI:NL:HR:2026:1243, Hoge Raad, 10-07-2026, 24/03381

Hoge Raad10 jul 2026VastgoedVergunningen
58/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1242Laag
Belastingrecht
Materieel strafrecht

ECLI:NL:HR:2026:1242, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/01717

Hoge Raad10 jul 2026HandhavingSchadevergoeding
28/100Bekijk