ECLI:NL:RBDHA:2026:9143, Rechtbank Den Haag, 14-04-2026, AWB 26/3049
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Deze uitspraak gaat onder andere over de vraag of het gewijzigde landenbeleid voor Jemen van de minister voldoet aan de opdracht van de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State om humanitaire omstandigheden te betrekken in de beoordeling of er in Jemen sprake is van een situatie in de zin van artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn. De rechtbank oordeelt dat de minister niet heeft voldaan aan de uitspraak van de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State en het arrest CF en DN van het Hof van Justitie van de Europese Unie. De minister heeft niet deugdelijk de humanitaire omstandigheden als direct of indirect gevolg van het handelen en/of het nalaten van een actor van ernstige schade in het kader van willekeurig geweld in kaart gebracht. Daarbij is belangrijk dat uit het arrest CF en DN blijkt dat de minister een allesomvattende beoordeling van alle relevante omstandigheden moet maken en de beoordeling van de minister voldoet niet aan die maatstaf. Ook wordt miskend dat de invloed van de humanitaire omstandigheden wel degelijk groot kunnen zijn bij de beoordeling of sprake is van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in artikel 15c.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.