JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:29555Laag18/100

Verblijfsvergunning humanitair privéleven Albanese vrouw afgewezen

ECLI:NL:RBDHA:2026:29555, Rechtbank Den Haag, 05-10-2026, NL25.13333 en NL24.1404

Rechtbank Den HaagUitspraak: 5 oktober 2026Publicatie: 7 oktober 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:NL25.13333 en NL24.1404
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Mensenrechten
Overheid
Aansprakelijkheid
Verblijfsvergunning
Voorlopige Voorziening
Artikel 8 Evrm
Humanitair Niet Tijdelijk
Albanees

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Beroep op artikel 8 EVRM (privéleven). Tegenstrijdige belangenafweging. De minister stelt enerzijds dat het in het voordeel van eiseres en de kinderen meeweegt dat de kinderen in Nederland naar school gaan, maar stelt anderzijds dat de omstandigheid dat de kinderen hier naar school gaan en hier sociale contacten zijn aangegaan inherent is aan een langdurig verblijf in Nederland en daarmee niet bijzonder is. Belangenafweging is daarnaast in strijd met de uitspraken van de Afdeling van 1 juli 2026, waaruit volgt dat de minister aanzienlijk gewicht moet toekennen aan de schoolgang, contacten en activiteiten van een minderjarige vreemdeling, bezien vanuit het belang van het kind. De minister moet de belangen van de kinderen nader onderzoeken en een nieuw besluit met een nieuwe belangenafweging maken. Bereoep gegrond, vovo afgewezen.

Kern van de zaak

Een Albanese vrouw vroeg samen met haar kinderen een verblijfsvergunning regulier aan op grond van privéleven (artikel 8 EVRM), categorie 'humanitair niet-tijdelijk'. De minister wees de aanvraag af, ook na bezwaar. Eiseres stelde beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om de uitspraak in Nederland te mogen afwachten.

Beslissing van de rechter

Op basis van de beschikbare tekst is de definitieve uitkomst van het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening niet volledig kenbaar; de beslissing zelf ontbreekt in de aangeleverde tekst. De procedure betreft de afwijzing van een verblijfsvergunning humanitair niet-tijdelijk op grond van artikel 8 EVRM, waarbij de minister de aanvraag in zowel primair besluit als bezwaar heeft afgewezen.

18van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een individuele vreemdelingenzaak bij de rechtbank in eerste aanleg zonder aanwijzingen van richtinggevende rechtsontwikkeling; de beslissing ontbreekt bovendien grotendeels in de aangeleverde tekst, waardoor de impact moeilijk te beoordelen is.

Belangrijkste punten

  • 1Aanvraag verblijfsvergunning regulier 'humanitair niet-tijdelijk' op grond van privéleven (art. 8 EVRM) voor eiseres en haar kinderen
  • 2Minister heeft aanvraag afgewezen bij besluit van 18 december 2023 en dit na bezwaar gehandhaafd op 20 februari 2025
  • 3Eiseres heeft beroep ingesteld én een voorlopige voorziening gevraagd om de uitspraak in Nederland te mogen afwachten
  • 4Eiseres is vrijgesteld van griffierecht wegens betalingsonmacht
  • 5De volledige beslissing van de rechtbank ontbreekt in de aangeleverde tekst, waardoor de uitkomst niet met zekerheid kan worden vastgesteld

Impactanalyse

Juridische impact

De zaak betreft de toetsing van een afwijzingsbesluit op een verblijfsvergunning humanitair niet-tijdelijk aan artikel 8 EVRM (recht op privéleven), een veel voorkomende juridische vraag in het vreemdelingenrecht. De uitkomst is op basis van de beschikbare tekst onzeker.

Praktische impact

Voor eiseres en haar kinderen is de uitkomst direct bepalend voor hun verblijfsstatus in Nederland; bij afwijzing van zowel beroep als voorlopige voorziening riskeren zij uitzetting. De vrijstelling van griffierecht weerspiegelt een kwetsbare financiële positie.

Onderwerp-impact

De zaak illustreert de spanning tussen het nationale vreemdelingenbeleid en de verplichtingen voortvloeiend uit artikel 8 EVRM bij langdurig verblijf en geworteldheid van gezinnen in Nederland.

Samenvatting

In deze zaak heeft een Albanese vrouw, mede namens haar kinderen, op 9 september 2023 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'humanitair niet-tijdelijk', gebaseerd op het recht op privéleven zoals gewaarborgd door artikel 8 van het EVRM. De minister van Justitie en Veiligheid wees deze aanvraag af bij besluit van 18 december 2023. Eiseres maakte bezwaar, maar de minister handhaafde de afwijzing bij het bestreden besluit van 20 februari 2025. Hierop stelde eiseres beroep in bij de Rechtbank Den Haag en vroeg tevens om een voorlopige voorziening, inhoudende dat zij de uitspraak op haar beroep in Nederland mocht afwachten. Eiseres is wegens betalingsonmacht vrijgesteld van de verplichting griffierecht te betalen. De zitting vond plaats op 3 september 2026, waarbij eiseres bijgestaan werd door een gemachtigde en een tolk in de Albanese taal. De rechtbank heeft voorafgaand aan de zitting de minister verzocht te reageren op de aanvullende beroepsgronden, waaraan de minister op 1 september 2026 voldeed. De centrale juridische vraag betreft de toetsing van de ministeriële afwijzing aan artikel 8 EVRM: heeft eiseres zodanige banden met Nederland opgebouwd dat weigering van een verblijfsvergunning een ontoelaatbare inbreuk op haar privéleven vormt? De volledige beslissing van de rechtbank ontbreekt in de aangeleverde tekst, waardoor de definitieve uitkomst van beroep en voorlopige voorziening niet met zekerheid kan worden vastgesteld. Op basis van de beschikbare informatie kan slechts worden geconcludeerd dat de zaak inhoudelijk door de rechtbank in behandeling is genomen en dat de beoordeling van de relevante jurisprudentie en de gronden een centrale rol speelt.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 8 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

Hoge Raad·9 okt 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:HR:2026:1646

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen gemeente Best

8/100Bekijk
Hoge Raad·9 okt 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:HR:2026:1645

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen gemeente Best

8/100Bekijk
Raad van State·7 okt 2026
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Vastgoed
Vergunningen
ECLI:NL:RVS:2026:5928

Woningbouw bij bedrijventerrein vernietigd wegens geurcontour

38/100Bekijk
Raad van State·7 okt 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RVS:2026:5716

Raad van State vernietigt Woo-besluit over NVWA-handhavingsverzoek

28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied