JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:25884Laag8/100

ECLI:NL:RBDHA:2026:25884, Rechtbank Den Haag, 07-09-2026, NL25.25225

Rechtbank Den HaagUitspraak: 7 september 2026Publicatie: 7 september 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:NL25.25225

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Verblijfsvergunning asiel / leeftijdsbepaling. Eiser komt uit Eritrea, verweerder heeft subsidiaire bescherming en een verblijfsvergunning verleend. Eiser stelt minderjarig te zijn geweest ten tijde van de asielaanvraag maar heeft geen identificerende documenten overgelegd. – Eiser is geschouwd en de conclusie van beide schouwen is dat er twijfel bestaat over de gestelde geboortedatum. De rechtbank stelt vast dat in beide schouwverslagen de conclusies op geen enkele wijze zijn verbonden aan de observaties die tijdens het gehoor zijn gedaan en aan de verklaringen en gedragingen van eiser tijdens de schouw. Beide schouwen zijn dan ook niet voldoende zorgvuldig, inzichtelijk en concludent. Verweerder heeft ontoereikend gemotiveerd waarom hij de verklaringen van eiser over de wijze waarop de leeftijdsregistratie in Italië tot stand is gekomen geen plausibele verklaring acht voor het verschil tussen het in Italië geregistreerde geboortejaar en het in Nederland opgegeven geboortejaar. De doopakte die eiser heeft overgelegd is door Bureau Documenten gekwalificeerd als vals. Dit betekent echter uitsluitend dat eiser zijn gestelde geboortedatum niet met deze geboortedatum kan staven. Het overleggen van een valse doopakte, terwijl niet is vastgesteld dat eiser wetenschap heeft dit document vals is, kan op zichzelf dan ook niet het niet geloofwaardig achten van de gestelde geboortedatum onderbouwen. Het enige argument dat verweerder aan zijn besluit ten grondslag heeft gelegd dat na rechterlijke controle standhoudt, is dat de overgelegde doopakte vals is. Op grond hiervan kan verweerder de presumptie van minderjarigheid niet weerleggen en op grond hiervan kan verweerder de verklaringen van eiser over zijn leeftijd niet ongeloofwaardig achten. – beroep gegrond – de rechtbank voorziet niet zelf om te voorkomen dat dit op zichzelf aanleiding is voor verweerder om hoger beroep in te stellen.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.24075

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1431

ECLI:NL:HR:2026:1431, Hoge Raad, 11-09-2026, 23/02715

Hoge Raad11 sep 2026
~75geschat
Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1470

ECLI:NL:HR:2026:1470, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/02117

Hoge Raad11 sep 2026
~60geschat
Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:26455Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26455, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.22233

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk