JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:25622Laag5/100

ECLI:NL:RBDHA:2026:25622, Rechtbank Den Haag, 04-09-2026, NL25.40730 H

Rechtbank Den HaagUitspraak: 4 september 2026Publicatie: 4 september 2026
Procedure:Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer:NL25.40730 H

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

De rechtbank komt tot het oordeel dat de minister terecht heeft gesteld dat eiser in de periode van 20 oktober 2023 tot 21 november 2023 niet een formeel beperkt verblijfsrecht had. Verder komt de rechtbank tot het oordeel dat de minister onvoldoende gemotiveerd heeft uitgelegd waarom de uitvoering en toepassing van het beleid na 2023 is aangepast, en dat de minister onvoldoende gemotiveerd is ingegaan op het beroep van eiser op het gelijkheidsbeginsel. Tot slot heeft de minister eiser ten onrechte niet gehoord in de bezwaarprocedure. Daarom bevat het bestreden besluit motiverings- en zorgvuldigheidsgebreken en vernietigt de rechtbank dat besluit. Het beroep is daarom gegrond. De rechtbank ziet geen aanleiding om de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand te laten. Dit betekent de minister opnieuw op het bezwaar van eiser dient te beslissen.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.24075

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1431

ECLI:NL:HR:2026:1431, Hoge Raad, 11-09-2026, 23/02715

Hoge Raad11 sep 2026
~75geschat
Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1470

ECLI:NL:HR:2026:1470, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/02117

Hoge Raad11 sep 2026
~60geschat
Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:26455Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26455, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.22233

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk