ECLI:NL:RBDHA:2026:25360, Rechtbank Den Haag, 22-07-2026, NL25.56462
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Verweerder heeft terecht alleen het eerste asielmotief van eiser geloofwaardig geacht. Eiser heeft onvoldoende duidelijk gemaakt hoe en waarom verweerder bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van het stammenconflict, het eerwraakconflict en de chantage rekening had moeten houden met het feit dat hij slechts kort in Jemen heeft verbleven. Verder heeft verweerder terecht gesteld dat eisers veronderstelling dat hij bij een stammenconflict betrokken is geraakt slechts op een vermoeden berust. Verweerder heeft daarbij terecht meegewogen dat eiser een goed opgeleide man is van 29 jaar oud en dat meer van hem had mogen worden verwacht in dit kader. Verweerder heeft verder niet op deugdelijke wijze en conform het arrest CF en DN de humanitaire omstandigheden betrokken in de beoordeling of er in Jemen sprake is van een situatie in de zin van artikel 15c. Verweerder heeft daarmee niet voldaan aan de opdracht van de Afdeling die volgt uit de uitspraak van 16 juli 2025. Het beroep is gegrond.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.