ECLI:NL:RBDHA:2026:25059, Rechtbank Den Haag, 26-08-2026, NL26.40223
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)De minister heeft de asielaanvraag van eiser buiten behandeling gesteld omdat eiser niet op zijn gehoor is verschenen. De minister beschouwt dit als een impliciete intrekking van de asielaanvraag zoals bedoeld in artikel 41, eerste lid, onderdeel d, van de Procedureverordening. In die bepaling staat dat van een impliciete intrekking sprake is als een vreemdeling zonder gegronde reden niet op het persoonlijk onderhoud is verschenen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister niet zorgvuldig onderzocht of eiser gegronde redenen had voor het niet verschijnen bij zijn gehoor. Het standpunt van de minister is daarom onzorgvuldig tot stand gekomen. Beroep gegrond. Besluit in strijd met artikel 3:2 Awb.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.