JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:25059Laag5/100

ECLI:NL:RBDHA:2026:25059, Rechtbank Den Haag, 26-08-2026, NL26.40223

Rechtbank Den HaagUitspraak: 26 augustus 2026Publicatie: 1 september 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:NL26.40223

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

De minister heeft de asielaanvraag van eiser buiten behandeling gesteld omdat eiser niet op zijn gehoor is verschenen. De minister beschouwt dit als een impliciete intrekking van de asielaanvraag zoals bedoeld in artikel 41, eerste lid, onderdeel d, van de Procedureverordening. In die bepaling staat dat van een impliciete intrekking sprake is als een vreemdeling zonder gegronde reden niet op het persoonlijk onderhoud is verschenen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister niet zorgvuldig onderzocht of eiser gegronde redenen had voor het niet verschijnen bij zijn gehoor. Het standpunt van de minister is daarom onzorgvuldig tot stand gekomen. Beroep gegrond. Besluit in strijd met artikel 3:2 Awb.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.24075

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1431

ECLI:NL:HR:2026:1431, Hoge Raad, 11-09-2026, 23/02715

Hoge Raad11 sep 2026
~75geschat
Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1470

ECLI:NL:HR:2026:1470, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/02117

Hoge Raad11 sep 2026
~60geschat
Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:26455Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26455, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.22233

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk