JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:24950Laag5/100

ECLI:NL:RBDHA:2026:24950, Rechtbank Den Haag, 20-08-2026, NL25.48696

Rechtbank Den HaagUitspraak: 20 augustus 2026Publicatie: 31 augustus 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:NL25.48696

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Uit artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw, volgt dat de minister een asielaanvraag buiten behandeling kan stellen als de vreemdeling is verdwenen of zonder toestemming is vertrokken en toerekenbaar niet binnen een gestelde termijn van twee weken contact heeft opgenomen met de bevoegde autoriteiten. Gebleken is dat eiseres in Duitsland verblijft. Niet is gebleken dat eiseres contact heeft opgenomen met de autoriteiten, ondanks dat zij aangeeft nog steeds bescherming te willen. De rechtbank is van oordeel dat de claim in van de Duitse autoriteiten en het indienen van de zienswijze onvoldoende is om te concluderen dat eiseres contact onderhoudt met de autoriteiten. De minister heeft de asielaanvraag terecht buiten behandeling gesteld. Het beroep zal ongegrond worden verklaard.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.24075

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1431

ECLI:NL:HR:2026:1431, Hoge Raad, 11-09-2026, 23/02715

Hoge Raad11 sep 2026
~75geschat
Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1470

ECLI:NL:HR:2026:1470, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/02117

Hoge Raad11 sep 2026
~60geschat
Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:26455Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26455, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.22233

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk