JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:23129Laag5/100

ECLI:NL:RBDHA:2026:23129, Rechtbank Den Haag, 12-08-2026, C/09/710371 / KG RK 26-1162

Rechtbank Den HaagUitspraak: 12 augustus 2026Publicatie: 17 augustus 2026
Procedure:Wraking
Zaaknummer:C/09/710371 / KG RK 26-1162

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Wraking. In het algemeen geldt dat het optreden van een rechter in een eerdere procedure geen grond is voor wraking in een nieuwe procedure. Dat de rechter in een eerdere procedure waarbij verzoekers betrokken waren geen rekening zou hebben gehouden met een bepaalde gebeurtenis is, zonder een nadere onderbouwing, die ontbreekt, dan ook niet voldoende om te kunnen concluderen dat in de hoofdzaak sprake is van vooringenomenheid of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. Daarom is het wrakingsverzoek voor zover op deze grond gebaseerd niet toewijsbaar. Verder zijn er door de gemachtigde van verzoekers in de huidige procedure geen andere feiten of omstandigheden aangevoerd die naar het oordeel van de wrakingskamer een grond opleveren voor een gegronde wraking.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.24075

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1431

ECLI:NL:HR:2026:1431, Hoge Raad, 11-09-2026, 23/02715

Hoge Raad11 sep 2026
~75geschat
Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1470

ECLI:NL:HR:2026:1470, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/02117

Hoge Raad11 sep 2026
~60geschat
Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:26455Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26455, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.22233

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk