JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:23114Laag5/100

ECLI:NL:RBDHA:2026:23114, Rechtbank Den Haag, 17-08-2026, NL26.44200

Rechtbank Den HaagUitspraak: 17 augustus 2026Publicatie: 17 augustus 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:NL26.44200

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Kennisgeving artikel 59a, eerste lid, van de Vw. Alle bewaringsgronden worden door eiser betwist. De rechtbank ziet echter geen aanleiding om de gronden van de maatregel onvoldoende te achten. Daarnaast zijn de bewaringsgronden waarop de maatregel is gebaseerd tijdens het gehoor voldoende besproken teneinde eiser in staat te stellen zich hierover te kunnen uitlaten. Gelet hierop ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat de minister de maatregel onvoldoende zorgvuldig heeft voorbereid. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat de minister ook terecht geen aanleiding heeft gezien om aan eiser een lichter middel dan de maatregel van vreemdelingenbewaring op te leggen. Beroep ongegrond.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.24075

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1431

ECLI:NL:HR:2026:1431, Hoge Raad, 11-09-2026, 23/02715

Hoge Raad11 sep 2026
~75geschat
Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1470

ECLI:NL:HR:2026:1470, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/02117

Hoge Raad11 sep 2026
~60geschat
Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:26455Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26455, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.22233

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk