JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:23093Laag5/100

ECLI:NL:RBDHA:2026:23093, Rechtbank Den Haag, 14-08-2026, NL26.45610

Rechtbank Den HaagUitspraak: 14 augustus 2026Publicatie: 17 augustus 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:NL26.45610

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Kennisgeving artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a Vw. De rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom in het geval van eiser niet kon worden volstaan met een lichter middel. De minister heeft de omstandigheden zoals het nu voldoen aan de meldplicht, het samenwonen met zijn partner en zijn bereidheid om mee te werken aan zijn terugkeer naar Suriname, onvoldoende meegewogen. Beroep gegrond

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.24075

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1431

ECLI:NL:HR:2026:1431, Hoge Raad, 11-09-2026, 23/02715

Hoge Raad11 sep 2026
~75geschat
Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1470

ECLI:NL:HR:2026:1470, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/02117

Hoge Raad11 sep 2026
~60geschat
Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:26455Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26455, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.22233

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk