JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:22391

ECLI:NL:RBDHA:2026:22391, Rechtbank Den Haag, 10-08-2026, NL26.43669

Rechtbank Den HaagUitspraak: 10 augustus 2026Publicatie: 10 augustus 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:NL26.43669

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Grensdetentie / Iran / voorlopige medische beoordeling / opheffing maatregel De Uniewetgever heeft in artikel 8, lid 5 onder a) van Verordening 2024/1356 uitdrukkelijk bepaald dat de screening mede bestaat uit een voorlopige medische controle en in artikel 12, lid 1, van deze verordening uitdrukkelijk bepaald dat de voorlopige medische controle wordt uitgevoerd door gekwalificeerd medisch personeel. Deze bepalingen zijn gedetailleerd en dwingend voorgeschreven. De screeningsprocedure valt dus niet onder de procedurele autonomie van de lidstaten en het is dus niet aan verweerder om de screeningsprocedure naar eigen goeddunken anders vorm te geven. Anders dan verweerder vindt, acht de rechtbank zich wel bevoegd om de wijze waarop uitvoering is gegeven aan de screening te betrekken bij de rechtmatigheidsbeoordeling van de maatregel. Verweerder heeft gewezen op artikel 10 van Verordening 2024/1356 en de instelling van een onafhankelijk toezichtmechanisme. De rechtbank is evenwel verplicht om op grond van artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie een doeltreffende voorziening in rechte te bieden en voldoet daar niet aan als zij eiseres in de uitspraak enkel wijst op dit toezichtmechanisme. De rechtbank overweegt dat verweerder eiseres in de screeningsfase een voorlopige medische controle heeft onthouden en dat dit in evident strijd is met het Unierecht. De rechtbank acht dit ernstig omdat dit geen incident is maar omdat verweerder zijn screeningsprocedure op dit punt willens en wetens in strijd met Verordening 2024/1356 heeft ingericht. De rechtbank overweegt voorts dat een voorlopige medische controle een essentiële fase in de screening is en een waarborg voor derdelanders die gescreend worden dat hun medische problematiek bij keuze voor de te volgen procedure wordt betrokken. De medische intake die in het JCS hoe dan ook plaatsvindt na oplegging van de maatregel ontheft verweerder dus niet van deze verplichting. Opheffing & invrijheidstelling & SV & PKV.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.24075

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1431

ECLI:NL:HR:2026:1431, Hoge Raad, 11-09-2026, 23/02715

Hoge Raad11 sep 2026
~75geschat
Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1470

ECLI:NL:HR:2026:1470, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/02117

Hoge Raad11 sep 2026
~60geschat
Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:26455Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26455, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.22233

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk