JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:22129Laag5/100

ECLI:NL:RBDHA:2026:22129, Rechtbank Den Haag, 07-08-2026, NL25.61075

Rechtbank Den HaagUitspraak: 7 augustus 2026Publicatie: 7 augustus 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:NL25.61075

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Asiel, gegrond. De minister heeft de vrees voor herbesnijdenis namelijk aangemerkt als asielmotief. De rechtbank is van oordeel dat de minister daarmee niet het juiste toetsingskader heeft gehanteerd. De minister heeft namelijk geloofwaardig geacht dat eiseres is besneden. Vervolgens is dit een duidelijke aanwijzing dat de vrees van eiseres voor vervolging gegrond is en het risico op het lijden van ernstige schade reëel is, tenzij er goede redenen zijn om aan te nemen dat die vervolging of ernstige schade zich niet opnieuw zal voordoen. De minister diende dit dan ook niet te beoordelen als asielmotief onder artikel 31, zesde lid van de Vw, maar bij de vraag of sprake is van een gegronde vrees van vervolging. Omdat de minister dat niet heeft gedaan is sprake van een motiveringsgebrek en zorgvuldigheidsgebrek.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.24075

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1431

ECLI:NL:HR:2026:1431, Hoge Raad, 11-09-2026, 23/02715

Hoge Raad11 sep 2026
~75geschat
Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1470

ECLI:NL:HR:2026:1470, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/02117

Hoge Raad11 sep 2026
~60geschat
Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:26455Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26455, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.22233

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk