JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:21903Laag8/100

ECLI:NL:RBDHA:2026:21903, Rechtbank Den Haag, 05-08-2026, NL26.10266

Rechtbank Den HaagUitspraak: 5 augustus 2026Publicatie: 6 augustus 2026
Zaaknummer:NL26.10266

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Samenvatting: Dublin Frankrijk. Tussenuitspraak na een informele lus. Eiser beroept zich op artikel 9 van de Dublinverordening. Het standpunt van de minister dat eiser daar geen beroep op kan doen omdat het hier om een terugnamesituatie gaat, volgt de rechtbank niet zonder meer. Zelfs als eiser in deze procedure geen beroep op artikel 9 van de Dublinverordening toekomt, is de minister op grond van artikel 17 van de Dublinverordening bevoegd de asielaanvraag van eiser inhoudelijk te behandelen op de grond dat de minderjarige zoon van eiser op basis van een verblijfsvergunning asiel in Nederland verblijft. Ook hierin, en met inachtneming van de belangen van de gestelde minderjarige zoon van eiser, ziet de rechtbank aanleiding om de minister gelet op zijn samenwerkingsplicht op te dragen eiser een DNA-test aan te bieden.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.24075

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1431

ECLI:NL:HR:2026:1431, Hoge Raad, 11-09-2026, 23/02715

Hoge Raad11 sep 2026
~75geschat
Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1470

ECLI:NL:HR:2026:1470, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/02117

Hoge Raad11 sep 2026
~60geschat
Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:26455Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26455, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.22233

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk