ECLI:NL:RBDHA:2026:21819, Rechtbank Den Haag, 05-08-2026, NL25.30951
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Uitspraak op het verzet van opposant tegen het niet-ontvankelijk verklaren van zijn beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister van Asiel en Migratie op de aanvraag van opposant tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. In deze uitspraak oordeel de rechtbank over de strekking van het besluitmoratorium dat heeft gegolden voor Syrië in de periode van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025. Tot nu toe heeft deze zittingsplaats van de rechtbank dit besluitmoratorium aldus uitgelegd, dat de beslistermijn voor asielaanvragen die waren ingediend vóór en tijdens dit besluitmoratorium is verlengd met één jaar tot ten hoogste 21 maanden. Deze zittingsplaats ziet aanleiding om deze lijn te verlaten. Zij zal vanaf nu oordelen dat op grond van het besluitmoratorium de beslistermijn niet meer wordt “verlengd”, maar wordt “uitgesteld”. Deze wijziging geldt voor alle vreemdelingen waarvoor een besluitmoratorium geldt of heeft gegolden. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBDHA:2025:18376)
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.