JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:21761Laag9/100

ECLI:NL:RBDHA:2026:21761, Rechtbank Den Haag, 22-07-2026, SGR 23/6132, 24/1408, 24/6720, 25/1495, 25/3873, 25/5588 en 26/2450

Rechtbank Den HaagUitspraak: 22 juli 2026Publicatie: 4 augustus 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:SGR 23/6132, 24/1408, 24/6720, 25/1495, 25/3873, 25/5588 en 26/2450

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Deze uitspraak gaat over de beroepen van eiseres gericht tegen toekennings- dan wel vaststellingsbesluiten inzake het persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) voor de jaren 2023, 2024 en 2025. De besluiten die het zorgkantoor daarover heeft genomen houden in dat de aanvraag om meerzorg voor de desbetreffende jaren is afgewezen. Eiseres is het niet eens met de besluiten van het zorgkantoor daarover en heeft daartegen beroep ingesteld. Ook heeft eiseres beroep ingesteld tegen enkele hiermee samenhangende besluiten. Over het bezwaar tegen de afwijzing van meerzorg voor het jaar 2025 heeft het zorgkantoor nog niet beslist. Ook hiertegen heeft eiseres beroep ingesteld.De rechtbank komt in deze uitspraak (in navolging van eerdere uitspraken over hetzelfde onderwerp) tot het oordeel dat in de bestaande wet- en regelgeving voor meerzorg en de geschiedenis van de totstandkoming daarvan geen aanwijzing kan worden gevonden dat het zorgkantoor de aanvragen van eiseres om meerzorg op grond van de Wlz op een juiste manier heeft beoordeeld. De door het zorgkantoor verrichte beoordeling is niet inzichtelijk, niet controleerbaar en daarmee onnavolgbaar. Eiseres krijgt in zoverre gelijk en de beroepen inzake SGR 23/6132, 24/6720 en 25/ 3873 zijn gegrond. Daarnaast is ook het beroep SGR 26/2450 over het niet tijdig beslissen gegrond. De rechtbank draagt het zorgkantoor op om nieuwe besluiten te nemen over de aangevraagde meerzorg, met inachtneming van de inhoud van deze uitspraak. In een drietal zaken heeft eiseres het beroep ter zitting ingetrokken (SGR 24/1408, 25/1495 en 25/5588) zodat de rechtbank daarover geen uitspraak hoeft te doen. De Staat en het zorgkantoor moeten eiseres een schadevergoeding betalen, omdat in de zaken SGR 23/6132 en 24/6720 de redelijke termijn is overschreden.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.24075

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1431

ECLI:NL:HR:2026:1431, Hoge Raad, 11-09-2026, 23/02715

Hoge Raad11 sep 2026
~75geschat
Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1470

ECLI:NL:HR:2026:1470, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/02117

Hoge Raad11 sep 2026
~60geschat
Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:26455Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26455, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.22233

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk