JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:21237Laag5/100

ECLI:NL:RBDHA:2026:21237, Rechtbank Den Haag, 28-07-2026, NL25.58173 en NL25.58174 en NL25.58178 en NL25.58179

Rechtbank Den HaagUitspraak: 28 juli 2026Publicatie: 30 juli 2026
Zaaknummer:NL25.58173 en NL25.58174 en NL25.58178 en NL25.58179

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Eisers zijn broers. Zij zijn afkomstig uit Somalië en hebben een asielstatus in Griekenland. De minister heeft hun asielaanvragen in Nederland afgewezen als kennelijk ongegrond. De minister heeft de gestelde problemen van eisers in Somalië niet geloofwaardig geacht. Ook heeft hij de identiteit van eiser 2 niet geloofwaardig geacht. De rechtbank is van oordeel dat de geloofwaardigheidsbeoordeling van de minister geen stand kan houden. Ook heeft de minister de aanvragen niet mogen afwijzen als kennelijk ongegrond. Verder is de rechtbank van oordeel dat het standpunt van de minister dat in Mogadishu sprake is van een lage mate van willekeurig geweld, onzorgvuldig is voorbereid en ondeugdelijk is gemotiveerd. Daarbij heeft de minister de handicap van eiser 1 onvoldoende betrokken in de beoordeling van de risico’s die eiser 1 loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat het terugkeerbesluit geen stand kan houden. Beroepen gegrond.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:21149Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:21149, Rechtbank Den Haag, 29-07-2026, NL26.24787

Rechtbank Den Haag29 jul 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4410Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4410, Raad van State, 29-07-2026, 202501680/1/A2

Raad van State29 jul 2026OverheidHandhaving
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4442

ECLI:NL:RVS:2026:4442, Raad van State, 29-07-2026, 202501268/1/R1

Raad van State29 jul 2026
~55geschat
Bekijk