JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:21233Laag5/100

ECLI:NL:RBDHA:2026:21233, Rechtbank Den Haag, 28-07-2026, NL26.26796 en NK26.26797

Rechtbank Den HaagUitspraak: 28 juli 2026Publicatie: 30 juli 2026
Zaaknummer:NL26.26796 en NK26.26797

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

AA Somalië. Eiser stelt zich op het standpunt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat er, gelet op de individuele omstandigheden van eiser, geen vrees voor vervolging is bij vertrek naar Somalië. Deze omstandigheden bestaan onder meer uit het feit dat hij in Ethiopië is geboren, nooit in Somalië is geweest, geen sociaal netwerk heeft in het land van herkomst, zijn familie in respectievelijk Nederland, Saoedi-Arabië, het Verenigd Koninkrijk (VK) en de Verenigde Staten (VS) woont en hij verwesterd is. De rechtbank is van oordeel dat de minister onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd heeft waarom eiser geen risico op ernstige schade loopt bij terugkeer naar Somalië. Het beroep is gegrond

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:21149Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:21149, Rechtbank Den Haag, 29-07-2026, NL26.24787

Rechtbank Den Haag29 jul 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4410Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4410, Raad van State, 29-07-2026, 202501680/1/A2

Raad van State29 jul 2026OverheidHandhaving
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4442

ECLI:NL:RVS:2026:4442, Raad van State, 29-07-2026, 202501268/1/R1

Raad van State29 jul 2026
~55geschat
Bekijk